Ik heb iemand ontmoet

Samen met mijn moeder en haar hond liep ik over de slingerpaadjes in de wijk. Opeens komt daar een man met eenzelfde soort viervoeter aangewandeld. Dit kleine wezen met haar gouden lokken keek me direct aan. Allerlei beelden van haar leven gingen door me heen terwijl het hondje van mijn moeder haar besnuffelde. Zij bleef me strak aankijken. Ik keek naar de man en vroeg hem: “Houdt u van deze hond?” Hij zei: “Ja natuurlijk!”

Met vochtige ogen vertelde hij: “Mijn hondje is een jaar geleden overleden en drie weken geleden stond mijn dochter met deze hond in mijn woonkamer”. “Ik was er eigenlijk nog niet aan toe, maar ja, ze hadden haar gered en meegenomen”. “Ze is mishandeld en heeft een heel ruw leven gehad bij een broodfokker in Oost-Europa”. Als mij iets overkomt, dan gaat ze naar mijn dochter.” “En als u nog heel lang leeft mag ze dan bij u blijven?” “Ja”, zei hij. “Ja”. Hij keek naar haar en toen naar mij: “Ik hou heel veel van Romy en ze is al veel minder bang”. De blik van Romy verschuift van mij naar deze man. De man waar ze is gebracht en waar ze nu kort logeert. Ze besluit samen met hem mee naar haar nieuwe thuis te lopen. Een paar meter verder fluister ik naar haar: “Ik hou ook van jou Romy!” Ze stopt even, draait zich om en met hersteld vertrouwen ontvang ik haar liefdevolle groet. Haar baasje kijkt vol liefde naar haar, dit is zo ontroerend om te mogen zien en voelen.

Soms is het makkelijker om van een dier te houden dan van een mens. Ik kijk naar mijn moeder en wij hervatten het gesprek waarin wij voor deze ontmoeting zaten. Met één verschil, ik besloot naar haar te kijken met net zo veel compassie en liefde als hoe ik naar Romy en haar tweevoeter keek. Dit grote kleine wezen had voor mij echt wel een boodschap en die is aangekomen. Dezelfde vreselijke dingen die deze mooie hond had moeten doorstaan, heeft dit mooie mens naast me ook beleefd. Mensen, dieren, natuur, alles overkomt ons maar, het lijkt hier soms één lange lijdensweg.

Ik vond het altijd wel lastig om te zien (en misschien zag ik het wel helemaal verkeerd) waarom deze vrouw maar niet uit haar lijdensweg wilde stappen en kon inzien hoe mooi het leven ook is! En dan snap ik dat alles wat ik tegen haar zeg, ik ook op mijzelf kan toepassen en dat ik dat verre van perfect doe. Laat ik zo zeggen, ik lijd ook, ik heb het ook niet altijd naar mijn zin en ik maak ook ruzie met de mensen waar ik van hou en dan vind ik het zo moeilijk om mijzelf te vergeven. Ik besef nu dat ik ook compassie met mijzelf mag hebben, want ik ben ook een mens van deze wereld met verschrikkelijke beelden in mijn geheugen gegrift. Net als Romy, net als mijn ouders, net als ik, net als alle andere mensen en dieren in deze wereld. Behalve het hondje van mijn moeder, die springt, speelt met haar riem, kwispelt wat en ruikt aan elke grasspriet die we passeren. Deze wandeling duurde dus heel erg lang :).

Eenmaal thuis dronken we nog een kopje thee en hebben we elkaar uitgebreid geknuffeld. Ik heb vandaag niet alleen Romy ontmoet, maar ook een bijzonder medemens, mijzelf en mijn moeder. We hebben gehuild en ik maakte nog een grapje waarom ze toch had besloten om mij te willen ontvangen in deze wereld. Waarop ze zich de bevalling nog levendig herinnerde en zei: “Jij wilde er niet uit!” Ik lachte en zei: “Vind je het gek, heb je wel eens om je heen gekeken hier?” Heel serieus zei ze: “Nee echt Claudia, ik heb ruim 24 uur weeën gehad en toen hebben ze je gehaald met de tang.” “Ze hebben je er echt uit moeten trekken”. Nu ik dit opschrijf voel ik compassie voor haar, want dit is best heftig voor een jonge vrouw om haar eerste kindje zo te moeten baren. Ik voel me ook dankbaar en heel erg welkom geheten door haar, al was het mogelijk voor mij ook een beklemmende start. Liefdevol vertel ik haar: “Ik wilde bij jou blijven mam, want het was heel fijn om zo dicht bij jou te zijn.”

Ik keek nog eens met andere ogen naar deze dappere vrouw en zie haar immens grote wezenskracht.“Jeetje, jij bent me een Mens!” Zei ik opeens. Ik besef dat we niet eens door hebben hoe krachtig we eigenlijk zijn, omdat we dit zo snel vergeten onder al dat leed. Ik kijk naar haar en zie hoe ze verandert, hoe de zwarte sluier van haar af glijdt, ik voel mijzelf en merk dat ik Leef. Alle ongemakken van een ziek lichaam zijn niet meer aanwezig. In dit moment zijn we allebei aanwezig en zijn we verbonden. Los van moeder en dochter, maar in een vriendschap zonder vorm. Ik zie haar gezicht, dat van mij en dat van mijn oma, haar moeder, allemaal tegelijk in haar terugkomen, haar prachtige blauwe ogen en blonde haren. Wat is ze mooi zeg! Wat zijn wij mensen hier toch mooi en hoe gek dat is dat we dat ook niet eens zien.

Eenmaal thuis kijk ik vreugdevol naar deze mooie ontmoetingen en sta ik stil bij het plekje in mijn tuin waar ik Loki, mijn gouden koningskat, een jaar geleden heb begraven. Ik mis hem nog elke dag en mijn leven is niet meer hetzelfde sindsdien. Mijn andere kat, een meisje, Mali, mist haar vriendje heel erg. Ik vertelde haar een tijdje terug: “Lieverd, ik ga geen nieuwe kat halen, ik kan het nog niet, maar als jij een maatje wilt en die komt op een dag aanwandelen, dan mag hij of zij bij ons komen wonen”. “Alleen als jij dat goed vindt, dan mag het.”

Opeens zag ik een klein oranje koppie voorzichtig de poort betreden, met zijn witte pootjes stapt hij in slowmotion binnen, zoals alleen katachtigen dat kunnen. De afgelopen weken is hij elke avond even komen kijken, maar zodra ik hem zag, liep hij snel weer weg. Mali vindt het wel een beetje spannend, maar ze ligt elke avond naar hem uit te kijken, net zoals ze deed als Loki op pad was. Ik dacht eerst dat het de kat van een vriendin was, dat hij voor haar op visite kwam en ook had ik aan alle buren in de omgeving gevraagd of zij een nieuwe kat hadden. Niemand kende deze kat, of had hem ooit gezien. Hij keek me kort aan en bleef dit keer iets langer.

Ik herinner me de blik van Romy die middag, zij keek net als Loki naar me keek, de allerlaatste keer, op het moment dat ik hem bij de dierenarts had achtergelaten. Ik kon het mezelf niet vergeven dat ik niet bij hem was toen hij stierf en leef sindsdien elke dag met spijt en ja, een schuldgevoel. En dit mag ik zelf stoppen. Wat er dan vervolgens gebeurt is niet logisch, dit kun je niet bedenken, dit is voelen, beseffen en weten wat er ontstaat om me heen. Ik besef dat ik ervoor kan kiezen mijn hart weer te openen voor een nieuwe liefde op vier voetjes, dat ik een einde kan maken aan de periode van verlies en rauw en vooral aan mijn lijden. Dat ik zelf ook weer ga zien dat ik mijn eigen vreugde kan creëren en mijn eigen weg in kan slaan. En in die weg is plek voor verdriet én voor vreugde. Het kan er allemaal zijn: de lach en de traan.

Die avond belde de vriendin die vanuit haar gevoel de juiste vragen, op het perfecte moment, weet te stellen. Ik vertelde haar over deze ontmoeting en zij vroeg mij: “Kun je voor je moeder dezelfde compassie voelen als die je voor alle andere mensen kunt voelen?” Ik liet de energie van deze kleine grote vraag en de informatie zo achter en tussen de woorden even in mij klinken en wist toen: “Ja, ik kan dat nu”. “Voorheen kon ik dat niet en opeens is dat er wél”. “Ik kan voor alle mensen in deze wereld, nu net zoveel compassie voelen als ik dat voor jou voel, voor mijn moeder én voor mezelf kan voelen”. “Want, weet je, ik heb iemand ontmoet….”

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *